ADOPTIEGEZINNEN.NL

ADOPTIEGEZINNEN

Adoptie is het op een wettelijk omschreven wijze de verantwoordelijkheid voor een kind aanvaarden, die normaal uitgeoefend wordt door de natuurlijke ouders. Adoptieouders en adoptiekinderen hebben dezelfde rechten en plichten tegenover elkaar als ouders en hun biologische kinderen.
Bij uitbreiding wordt de term ook gebruikt in de dierenwereld. Zo "adopteren" sommige vogels de jongen van andere vogelparen die in hun nest worden uitgebroed.




Inhoud


1 Kinderadoptie per land

1.1 Nederland

1.1.1 Aantallen
1.1.2 Binnenlandse adoptie
1.1.3 Adoptieprocedure
1.1.4 Homoadoptie
1.1.5 Herroeping


1.2 Indonesië
1.3 Zweden


2 Redenen voor adoptie voor de kinderen
3 Overwegingen voor adoptie van de ouders
4 Problemen bij adoptie
5 Rootsreizen
6 Bekende Nederlanders die zijn geadopteerd
7 Zie ook
8 Voetnoten
9 Externe links





//


Kinderadoptie per land

Nederland

Aantallen
In 1956 kreeg Nederland als een van de laatste landen in Europa een Adoptiewet. Adoptie werd en wordt vanaf dat moment als maatregel van kinderbescherming gezien. Sindsdien werden er ruim 50.000 kinderen geadopteerd (dit cijfer is gecorrigeerd voor stiefouderadopties), waarvan ruim 33.000 kinderen in het buitenland geboren zijn en ruim 16.000 in Nederland (bron: CBS en Ministerie van Justitie). Op dit moment zijn de regels over interlandelijke adoptie in Nederland gebaseerd op het Haags Adoptieverdrag, die zijn uitgewerkt in de Wobka (Wet opneming Buitenlandse Kinderen ter Adoptie) en de WCAD (Wet Conflictrecht Adoptie).
In 1974 bereikt het aantal Nederlandse adopties haar hoogtepunt met 1259 plaatsingen. Dit is tevens het moment van kentering want in de jaren erna neemt binnenlandse adoptie langzaam aan af ten faveure van adopties uit het buitenland. Deze bereiken hun top in 1980 wanneer 1599 kinderen geplaatst worden. In de jaren erna neemt het aantal binnenlandse adopties gestaag af tot een gemiddelde van 50 per jaar (1995-2005: range 29-76) over de laatste 10 jaar, terwijl er gemiddeld ruim 1000 kinderen per jaar uit het buitenland geplaatst worden (1995-2005: range 666-1193)[1].
Het jaar 2006 lijkt wederom een ommekeer in te luiden. Werden er in 2005 nog 1185 kinderen geplaatst, in de eerste acht maanden van 2006 kwamen slechts 450 kinderen naar Nederland (bron: Kamerstukken II 2006/07, 29 815 en 24 587, nr.95, p.8). Dit is toe te schrijven aan diverse oorzaken, maar de belangrijkste is wel de massale ondertekening en werking van het Haagse Adoptieverdrag [2].Dit verdrag heeft een kinderrechtelijke signatuur en ziet adoptie als een manier voor kinderen om in een gezin op te kunnen groeien. Wel is adoptie de laatste optie en alleen te verkiezen als kinderen op geen enkele andere manier in hun geboorteland in een gezin kunnen opgroeien. Door het bevorderen van binnenlandse pleegzorg, zorg door familieleden en projecthulp, neemt het aantal kinderen dat naar het buitenland moet om in een gezin opgevoed te kunnen worden af. De meeste adoptiekinderen komen uit China, Colombia, Haïti en Ethiopië.

Binnenlandse adoptie
Het aantal binnenlandse adopties is laag. Er worden in Nederland relatief weinig kinderen afgestaan: enkele tientallen per jaar. De procedure voor binnenlandse adoptie is vastgelegd in een protocol tussen betrokken instanties. Moeders die afstand overwegen worden begeleid door het FIOM of de VBOK. Zij hebben het recht om in de eerste drie maanden na de geboorte, terug te komen op hun voornemen afstand te doen. Het kind woont mede daarom die periode in een pleeggezin. Na de pleeggezinplaatsing wordt het kind in het adoptiegezin geplaatst. De afstandsmoeder mag hierbij wensen voor het gezin aangeven (bv. leeftijden, gezinssamenstelling, geloof). De Raad voor de Kinderbescherming probeert dit zoveel mogelijk te honoreren. Als het kind een jaar in het adoptiegezin woont (mits verzorgd door 2 ouders, bij eenouderadoptie is de verzorgingstermijn 3 jaar) kan de adoptie naar Nederlands recht worden aangevraagd. Tot de juridische adoptie een feit is, kan de afstandsmoeder in principe terugkomen op haar besluit tot afstand.
Echtparen kunnen zich niet exclusief melden voor binnenlandse adoptie, zij doorlopen dezelfde procedure als echtparen die een buitenlands kind willen adopteren. Wanneer bij het gezinsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming blijkt dat aspirant ouders geschikt zijn voor binnenlandse adoptie waarbij openheid en contact met de geboortemoeder voor kunnen komen, kunnen zij op de Nederlandse lijst geplaatst worden. Er geen garantie is dat men uiteindelijk ook echt een kind krijgt toegewezen.

Adoptieprocedure
Om de rechten van adoptiekinderen te kunnen borgen en kinderen een zo groot mogelijke kans op een goede toekomst te geven in hun nieuwe gezin, is adoptie met regels omgeven. Zo zijn er regels gesteld aan de leeftijd van kinderen: adoptiekinderen mogen maximaal 6 jaar oud zijn, tenzij ze tegelijkertijd met een jonger broertje of zusje worden geadopteerd. Het is vooral een lange weg die aspirant ouders gaan. Allereerst moeten zij aan diverse voorwaarden voldoen: ze mogen niet meer dan 40 jaar ouder zijn dan hun adoptiekind, moeten gezond zijn, een veilige omgeving kunnen bieden, voldoende inkomsten hebben, etc. In feite moeten zij in beginsel geschikt zijn voor het opvoeden en verzorgen van een buitenlands kind.
De adoptieprocedure start met een aanmelding bij de Stichting Adoptievoorzieningen. Dan volgt een wachtperiode, waarna de aspirant ouders worden opgeroepen voor de voorlichting. Alle ouders volgen zes verplichte voorlichtingsbijeenkomsten bij de Stichting Adoptievoorzieningen. Deze bijeenkomsten moeten zij zelf bekostigen. Als de voorlichting is afgerond, komt de Raad voor de Kinderbescherming in beeld. Zij moet een advies uitbrengen aan het Ministerie van Justitie inzake de geschiktheid van de wensouders.
Daartoe voert de Raad een gezinsonderzoek uit, dat wordt afgesloten met het gezinsrapport. Bij een positief advies, krijgen de aspirant adoptieouders een beginseltoestemming. Adopteren zonder een beginseltoestemming is illegaal. Als aspirant adoptieouders in het bezit zijn van een beginseltoestemming, kunnen zij zich inschrijven bij een Vergunninghouder. Dit is de bemiddelende instantie. In Nederland zijn er zeven Vergunninghouders: Wereldkinderen, Stichting Kind en Toekomst, Meiling, FLASH, Stichting Afrika, Hogar en de NAS (Nederlandse Adoptie Stichting). Wanneer ouders willen adopteren uit een land waar geen contacten mee zijn, kunnen zij er voor kiezen de adoptie zelf te regelen. Ook dan moeten zij zich tot een Vergunnighouder wenden, deze moet dan in een zogenaamde deelbemiddelingsprocedure de contacten controleren en nagaan of de procedures goed zijn doorlopen.

Homoadoptie
In Nederland is het ook mogelijk voor stellen van gelijk geslacht om kinderen te adopteren. Onder het paarse kabinet werd in eerste instantie in 2000 besloten dat alleen kinderen uit Nederland geadopteerd mochten worden, omdat adoptielanden zoals India en Thailand niet meer met Nederland in zee zouden willen zodra de mogelijkheid bestond dat kinderen uit die landen hier bij homostellen ondergebracht zouden worden. Nederland zou een zodanig slecht imago krijgen dat zelfs adoptie door heteroparen eronder zou kunnen lijden[3].

Herroeping
In Nederland hebben geadopteerden het recht via herroeping de adoptie beëindigen, na het tweede, maar voor het vijfde jaar nadat hij of zij meerderjarig is geworden. De adoptiefamiliebetrekkingen houden dan op te bestaan en de familierechtelijke betrekking van voor de adoptie wordt dan hersteld. De rechter toetst of dat laatste wel mogelijk is.[4]

Indonesië
Indonesië was in Nederland langere tijd een geliefd land voor het betrekken van een adoptiekind. Rond het jaar 1983 besloot de Indonesische regering echter dat zij zelf verantwoordelijk wilde zijn voor de afgestane kinderen in de kindertehuizen, en mochten er geen kinderen meer voor adoptie het land verlaten.

Zweden
In Zweden is het toegestaan voor paren van gelijk geslacht om een kind te adopteren, zowel vanuit het eigen land als uit het buitenland.

Redenen voor adoptie voor de kinderen
Geadopteerde kinderen zijn eerst afgestaan door hun biologische ouders. Ze verkeerden voor hun adoptie bij pleeggezinnen of in tehuizen. De redenen voor afstand zijn divers en vaak een combinatie van factoren. Armoede speelt meestal een rol, maar ook sociaal-culturele factoren. Voorbeelden daarvan zijn de eenkindpolitiek in China, en de onmogelijke positie van ongehuwde moeders in Korea. In bepaalde gevallen zijn de de biologische ouders overleden of uit de ouderlijke macht ontzet wegens verwaarlozing of misbruik van de kinderen.

Overwegingen voor adoptie van de ouders
Een kinderwens die niet kan worden vervuld door bijvoorbeeld onvruchtbaarheid of een genetisch overdraagbare ziekte is meestal de belangrijkste reden waarom mensen adoptie overwegen. Andere redenen die adoptieouders aangeven zijn:

Bieden van hulp aan een kansarm kind uit een ontwikkelingsland;
Gezondheidsproblemen waardoor zwangerschap of geboorte risicovol is;
Niet willen bijdragen aan bevolkingsdruk;
Adoptieouders hebben gelijk geslacht;
Adoptieouder is alleenstaand;
Een voorkeur hebben voor een kind van een bepaald geslacht.

Ten slotte kiezen sommige adoptieouders expliciet voor een Special Need kind.

Problemen bij adoptie
Uit onderzoek[5] blijkt dat het goed gaat met de meeste geadopteerde kinderen. Het gaat veel beter met hen dan lotgenoten die bijvoorbeeld in een kindertehuis opgroeien. In Nederland komen geadopteerden wel vaker in aanraking met hulpverlening dan niet-geadopteerden. Dat is deels te verklaren doordat hun ouders sneller hulp zoeken, maar heeft ook te maken met de problematische start van het leven van veel adoptiekinderen. Hierdoor kunnen in meer of mindere mate hechtingsproblemen ontstaan.
Door interlandelijke adoptie komen kinderen in een omgeving waar de sociaal-culturele en economische omstandigheden totaal anders zijn dan in hun geboorteland. Gewoonlijk hebben zij ook een andere huidskleur dan hun ouders en de meeste kinderen en volwassenen in hun directe omgeving. Er is weinig onderzoek gedaan naar de consequenties hiervan voor de geadopteerden, maar sommige van hen voelen zich ontheemd en meer aangetrokken tot hun geboorteland dan het land waar ze naartoe kwamen. Het is ook niet voor niets dat het Haags Adoptieverdrag interlandelijke adoptie alleen toestaat als binnenlandse adoptie niet mogelijk is. Tegenwoordig zijn de cultuur van het land van origine en de afstandsgeschiedenis van de kinderen belangrijke thema's bij de opvoeding in adoptiegezinnen.
Sommige auteurs zien ook de afstand van de biologische moeder als een traumatische ervaring voor geadopteerden; hun eigen moeder heeft immers 'nee' gezegd tegen hen. Geadopteerden moeten daar op de een of andere manier mee leren omgaan. Volgens die auteurs is een hereniging met de biologische moeder daarbij zeer belangrijk.

Rootsreizen
Ongeveer de helft van de geadopteerden wil vroeger of later in hun leven zijn biologische familie, meestal vooral hun moeder. Dit kan leiden tot een loyaliteitsconflict, omdat sommige geadopteerden bang zijn hun adoptieouders te kwetsen. Een van de gevolgen die na een geslaagde rootsreis kan ontstaan is dat het kind op een later moment opnieuw terugkeert naar het geboorteland en zich zowel daar als in Nederland thuisvoelt, met de aantekening dat wanneer het kind in Nederland verblijft het verlangt naar het geboorteland en wanneer het verblijft in het geboorteland verlangt naar Nederland.
Niet geheel ondenkbaar is dat de familie "daar" na een geslaagde rootsreis een claim probeert te leggen door de natuurlijke en begrijpelijke wens hun vaak armoedige situatie te verbeteren. Immers "zij" in het rijke westen hebben financiële middelen genoeg. Alleen al het feit, dat adoptie-ouders en -kinderen met het vliegtuig konden komen is een bewijs van hun welstand. Dat een paar duizend Euro in hun ogen een kapitaal is, valt hen niet kwalijk te nemen en ook niet dat zij die waarde niet kunnen spiegelen aan het inkomsten- en uitgavenpatroon in het Westen.
Op zich is er niets mis mee als de verre familie wordt ondersteund. Het werkt slechts als de financiën worden ingezet om iets blijvends voor de toekomst te kopen, zoals scholing, maar nooit ondersteuning in cash geld. Dat wordt vaak zonder toekomstvisie besteed aan goederen met een korte termijn effect. Ondersteuning van het dorpje waar zij wonen, bijvoorbeeld voor irrigatiewerkzaamheden, waardoor de oogstmogelijkheden worden verbeterd en de kans op diarree sterk wordt beperkt, verdient aanbeveling.
Hierdoor vormt de familie van het adoptiekind in die gemeenschap geen ongewenste uitzonderingssituatie. De hele gemeenschap profiteert ervan en het mag de familie best wat aanzien geven!

Bekende Nederlanders die zijn geadopteerd

Jody Bernal
Carolina Dijkhuizen
Stephan Sanders
Maartje Scheepstra
Maureen du Toit


Zie ook

Financiële adoptie


Voetnoten

↑ CBS - Een halve eeuw adoptie in Nederland, 30 oktober 2006
↑ [http:http://www.hcch.net/index_en.php?act=text.display&tid=45]
↑ Adoptieverbod homo’s straks van de baan, Reformatorisch Dagblad, 7 januari 2002
↑ Bron: Paul Vlaardingerbroek (2004), Toch maar niet, een adoptie herroepen, Adoptietijdschrift, 7(1):12-14.
↑ ADOC - Digitaal Adoptieonderzoekcentrum Universiteit Leiden

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod